Denken over denken
Marijn (8): ‘Je hebt beelddenkers en stemmetjesdenkers en woorddenkers en allesdenkers.’
Jente (8): ‘Sommige sommen heb je gewoon al in je hoofd en dan is het antwoord er gewoon, bijvoorbeeld 10+10=20.’
Meinte (8): ‘Bij mij gaat het dan gewoon van: Pling. Pling. Pling.’
Marijn (8): ‘Ik heb een kaartje in mijn hoofd en daar staan alle sommen op. Sommen die ik uit mijn hoofd weet en dan kijk ik op dat kaartje.’
Eline (8): ‘Volgens mij zit er een beestje in je hoofd want er zitten 1000 miljoen beestjes in je lijf. Dat zijn goeie bacteriën.’
Hannah (7): ‘Eigenlijk vind ik dat je alleen met je hoofd kan denken want ik denk ik ga nu op de computer en ik denk ik druk op dat knopje.’
Boudewijn (8): ‘Je denkt ook met je darmen, want die zeggen wanneer je moet poepen.’
Mak (7): ‘Met je neus kun je ook denken, als je moet niezen.’
Eline (8): ‘Als je opa of oma is overleden dan denk je ‘ik wil er niet meer aan denken’, maar dat kan niet.’
Hannah (7): ‘Het leven zou veel makkelijker zijn als je de baas was over je denken. Dan kun je beter leren op school want als je iets niet goed uit je hoofd krijgt, kun je niet goed leren. Als je dat wel kan, van nu denk ik alleen aan die sommen, dan leer je veel beter.
Na een half uur diep denken over denken schrijven de kinderen op wat volgens hun een gedachte is. (klik voor een vergroting)

Uit de lessenserie ‘Denkpark’ voor de middenbouw met verwerkingsopdrachten die eindigen in een ‘filosofie-expositie’.
(Deze post verscheen oorspronkelijk op 4 april 2012 op mijn oude blog)


Leave a Reply
Want to join the discussion?Feel free to contribute!