De Top 6 van valkuilen bij gesprekken met kinderen

← Terug naar overzicht -

Lukt het je niet om in (filosofische) gesprekken los te komen van de sociaal wenselijke antwoorden en de voorspelbare gedachtegangen? Misschien komt dat omdat je in een van de zes valkuilen trapt.

1. Je mening geven

Als je als begeleider zegt wat je vindt, stoppen de kinderen onmiddellijk met denken. Dat komt omdat kinderen gewend zijn dat volwassenen met het antwoord komen. Kinderen denken dan dat jij het juiste antwoord geeft, zelfs als je aan het begin van het gesprek nadrukkelijk hebt gezegd dat er meerdere antwoorden mogelijk zijn. Dat willen kinderen op zich best geloven maar niet meer als de volwassene zijn mening gegeven heeft. Dan is ofwel het gesprek klaar of de kinderen stoppen met denken en gaan antwoorden geven die lijken op jouw antwoord.

Stel je zegt in een gesprek over geluk dat jij gelukkig kunt worden van iets heel kleins zoals de frisse geur van douchezeep, dan houden de kinderen die gelukkig worden van een dure Playstation hun mond. Want dat is dan vast niet een antwoord dat de ‘juf’ graag wil horen.

Wat wel werkt is een Socratische denkhouding aannemen, dat is een houding van niet weten. Daarbij geef je je mening niet, en stel je alleen vragen.

2. Je geeft suggesties

Soms stel je een (filosofische) vraag en duurt het vervolgens even voordat er een antwoord komt. Het blijft stil. Misschien ben je dan geneigd om suggesties voor antwoorden te geven. Maar omdat kinderen in het onderwijs heel erg in goede en foute antwoorden zijn gaan denken, zullen ze nu het idee krijgen dat het antwoord iets soortgelijks moet zijn als jouw suggestie om de goedkeuring van de gespreksleider te krijgen.

Stel je vraagt ‘Wat doet een goede leider?’. Het blijft vervolgens even stil. Daarom geef je een paar suggesties zoals ‘een goede leider kan goed luisteren naar wat iedereen wil en houdt met iedereen rekening’. Dan kan een kind denken: ‘O, hij vindt dat een goed leider altijd aardige dingen doet. Dan zal ik maar niet zeggen dat ik vind dat een goed leider soms zijn zin moet doordrammen omdat hij soms nu eenmaal dingen beter weet dan de rest.’

Wat wel werkt is de kinderen de tijd geven om zelf iets te bedenken, wees dus niet bang voor de stilte. Je kunt als het lang duurt wel iets bemoedigends zeggen zoals ‘weet je nog, bij filosoferen zijn er geen foute antwoorden’ of ‘ik wil graag weten wat jullie ideeën daarover zijn en je mag dus alles zeggen wat je denkt’.

Verder lezen: Goed of fout? Dat zit goed fout in het onderwijs! 

3. Je geeft complimenten

Een andere valkuil is het geven van complimenten. Soms zeggen kinderen iets moois of liefs. Bijvoorbeeld: ‘voor vrienden sta ik altijd klaar’. Normaal gesproken wil je als volwassenen positief gedrag belonen dus zeg je dan, ‘wat goed van jou’ of ‘wat lief’ of ‘wat een mooi antwoord’. Maar eigenlijk stuur je dan het gesprek. Je bent dan onbewust aan het socialiseren want de kinderen leren nu wat jij gewenst gedrag vindt. Terwijl filosoferen gaat om het onderzoeken van begrippen en deze van zoveel mogelijk kanten bekijken. Dus ook de niet gewenste kanten want die leren je ook van alles over het onderwerp.

Wat wel werkt is complimenten geven voor de ‘eigenwijze’ antwoorden. Deze benoem je dan als een interessante uitspraak.  Het compliment is dan bijvoorbeeld ‘dat is een interessante gedachte’ gevolgd door een vervolgvraag. Zo stimuleer je het authentieke denken bij kinderen. Een uitspraak als ‘soms ben je juist een goede vriend als je je vriend niet helpt’ geeft het gesprek een veel interessantere wending dan het voorspelbare en sociaal wenselijke ‘voor vrienden sta je altijd klaar’. Een vervolgvraag kan dan zijn: kun je daar een voorbeeld van geven?

Verder lezen: Waarom je niet zonder eigenwijze kinderen kunt 

4. Het gesprek is saai

Veel kringgesprekken zijn voorspelbaar. Kinderen zijn zo sterk gericht op het geven van het goede antwoord en het krijgen van complimenten voor dat goede antwoord dat ze geneigd zijn sociaal wenselijke antwoorden te geven ook als ze eigenlijk iets anders denken. Want voor de sociaal wenselijke antwoorden krijg je vaak complimenten. Maar zulke antwoorden maken het gesprek voorspelbaar en dus saai. De andere kinderen kunnen dit soort antwoorden vaak ook zelf bedenken waardoor de kinderen niet betrokken raken bij elkaar.

Wat hiertegen helpt is de eigenwijze, authentieke en eerlijke antwoorden stimuleren én deze er ook vooral zonder oordeel te laten zijn. Dan wordt het gesprek voor iedereen veel interessanter en verrassender. Als de kinderen door hebben dat het in het gesprek echt om hún gedachten gaat, gaan ze meestal vrijer spreken en gaan ze het interessanter vinden om naar elkaar te luisteren.

Zie ook de video ‘kinderen over filosoferen’ waarin kinderen duidelijk zeggen dat ze het interessant vinden om te horen wat anderen vinden.

5. Je vergeet door te vragen

Als je een vraag stelt dan volgen er vaak al snel een paar antwoorden van kinderen. Het gevaar is dan het daar vervolgens bij te laten. Je hebt wat meningen verzameld. De kinderen hebben zich uit kunnen spreken. Klaar. Maar nee, dan ben je niet aan het filosoferen. Dan is het meer humanistische vorming waar je mee bezig bent. Dat is ook belangrijk maar iets anders. In zo’n gesprek draait het meer om het uiten van jezelf en het denken over jezelf. Terwijl bij een filosofisch gesprek het om het zoeken naar algemene ‘waarheden’ gaat en het beredeneren van een antwoord. Je denkt samen na over dezelfde vraag en zoekt samen naar een antwoord. Je probeert echt te begrijpen hoe iets zit, te zoeken naar de essentie van begrippen.

Wat wel werkt is goed doorvragen. Dat kan met de gratis doorvraagkaarten. En misschien geeft dit artikel ‘Een filosofisch gesprek over onderzoek’ je ook een beter idee van hoe je goed door kunt vragen.

6. Je denkvraag wordt als een voelvraag beantwoordt

Het menselijk brein is lui. Je hebt een snel denksysteem en een traag denksysteem. Het liefst gebruiken we ons snelle denksysteem. Het trage systeem moet je bewust aanzetten en dat doen we niet zo heel vaak. Tijdens filosofische gesprekken moet je bij iedereen het trage denksysteem aan proberen te zetten. Misschien doe je dat door regelmatig naar redenen te vragen. Maar, je moet niet vergeten het trage denksysteem ook bij jezelf aan te zetten want anders ben je bijvoorbeeld tevreden als iemand een denkvraag als een voelvraag beantwoordt terwijl hij eigenlijk de vraag helemaal niet beantwoordde.

Stel je stelt de denkvraag ‘Moeten we pandaberen beschermen?’ en deze wordt beantwoord met ‘ja, want ik vind pandaberen schattig’. Klinkt goed hè, vooral doordat het woordje want is gebruikt, dat geeft de suggestie van een redenatie. Maar als je even langer nadenkt zie je dat het helemaal geen antwoord op de vraag is. Het is een antwoord op de vraag ‘Wat voel je als je aan dolfijnen denkt?’.

Alles over traag en snel denken en de denkfouten die ons snelle denken maakt, kun je lezen in het boek ‘Dacht je dat je dacht’. Heel interessant!

Meer weten over filosoferen met kinderen of een workshop volgen om je vaardigheden als gespreksleider te verbeteren? Kijk dan rond in de webshop met boeken, materialen en workshops.

 

Inspireer anderen:
  • 57
  • 5
  •  
  • 1
  •  
    63
    Shares

Geplaatst op 29 juni 2018 in Filosofiejuf blogt:, Hoe moet je filosoferen?

Op filosofiejuf.nl vind je tips, materialen en inspiratie om te gaan filosoferen met kinderen.


Lies: "wat een heerlijke site hebt u om in rond te neuzen!"

Schrijf je in en ontvang het gratis startpakket en toegang tot de downloads:


Abonneer je op mijn blog

* = verplicht veld

Schrijf hier je reactie op dit bericht.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Meer berichten in Filosofiejuf blogt: