Gek of niet? Tien kinderen, tien ideeën over de betekenis van het woord reizen

← Terug naar overzicht -

‘Wie gaat er deze meivakantie op reis?’ vroeg ik deze week. Er gingen heel wat vingers omhoog en iedereen leek te begrijpen wat het woord ‘reizen’ betekent. Maar toen ik vroeg wat ‘op reis’ zijn is, bleken we het niet over hetzelfde te hebben. Elk kind had een ander beeld bij ‘reizen’. Dat leverde een kleine ontdekkingsreis door onze taal op. 

‘Reizen’ is één van de vele woorden die we vaak gebruiken maar waar we toch allemaal andere ideeën bij blijken te hebben. Samen met de kinderen onderzoek ik het begrip aan de hand van foto’s. Op de eerste foto staat een cruiseschip. Ik vraag: Zijn deze mensen aan het reizen?

“Misschien ligt dat schip ergens stil en zijn ze alleen maar aan het feesten op die boot.”
“Misschien varen ze alleen een rondje.”
“Maar dan ben je toch aan het reizen?”
“Als je aan het reizen bent, dan ben je weg van huis.”
“Nee, als je reist, dan verplaats je je.”
“Ja, reizen is als je naar een andere plek gaat.”

Dus je reist naar school?

“Hm… Het hangt er ook van af hoe lang je weg bent. Voor een dag ben je niet op reis.”
“Ja, en het ligt er aan of je ver van huis gaat. En dat je lang van huis bent. Als je gewoon even naar de stad gaat dan ben je niet op reis.”

Dus als ik jullie goed begrijp, dan heb je twee verschillende reizen, van a naar b gaan, en echt op reis zijn en dus langer van huis zijn. Maar hoe zit het dan bijvoorbeeld als je een boek leest? Ik laat een plaatje van een lezend kind zien.
“Je reist in je hoofd naar een andere wereld.”
“In haar hoofd ontdekt ze nieuwe dingen.”
“Nee, want je bent niet echt op een andere plek.”

En deze jongen dan, in zijn roeiboot op dit meer?

“Ik denk niet dat hij ver van huis is.”
“Hij kan ook aan het vissen zijn.”
“Nog even over lezen, ik vind dat je vanuit je hoofd wel kan reizen. Daar kun je ook nieuwe dingen ontdekken.”
“Ja, en daarom vind ik dat dat jongetje in de roeiboot ook op reis is. Voor een volwassenen niet maar voor hem wel. Het is een heel groot gebied wat hij ontdekt.”

En deze mensen dan in deze caravan die drie weken op dezelfde camping staan?

“Die zijn op vakantie. Ze zijn niet op reis, ze zijn er al.”
“Misschien gaan ze over een week weer verder op reis?”
“Reizen is ook het ontdekken van een nieuwe plek dus ik vind dat ze wel op reis zijn.”

En deze fietsers?

“Die zijn gewoon aan het sporten.”
“Het ligt eraan of ze een wedstrijd doen.”
“Dit is toch gewoon een activiteit.”
“Op reis zijn moet je ook gewoon ergens overnachten of zo.”
“Je gaat ook dingen bekijken.”
“Ja, maar als ik naar school fiets, kan ik toch ook gewoon ergens stil blijven staan en een beetje rondkijken. Dan is dat toch ook reizen?”
“Maar dan ben je dezelfde dag weer thuis.”
“Nou, als je drie weken op een camping staat, ben je niet aan het reizen, hoor want dan woon je gewoon een tijdje ergens anders.”
“Misschien maken ze wel elke dag een wandeling.”
“Ja, dan maken ze kleine reisjes.”

Hoe kunnen we elkaar begrijpen?

Aha. Dus sommige van jullie vinden het ontdekken heel zwaar wegen en andere het van a naar b gaan. We hebben dus allemaal heel andere ideeën bij het woord ‘reizen’ en dat geldt voor heel veel meer woorden. Hoe kunnen we elkaar dan toch begrijpen?
Daarop komen verschillende antwoorden:
“Meningen verschillen nu eenmaal.”
“Het is ook net wat je hebt meegemaakt.”
“Je ziet de dingen altijd vanuit jouw hoofd.”
“Door alles wat je meemaakt krijgen woorden andere betekenissen.”
“Ja, want als je vraagt waar denk je aan bij het woord school, dan ziet iedereen iets anders. De een vindt school bijvoorbeeld heel leuk en leerzaam en een ander is bijvoorbeeld heel vaak van school gewisseld en vond het steeds eng en zo krijg je allemaal een andere mening.”

Dus we kunnen nooit dezelfde taal spreken? Is het dan geen wonder dat we elkaar kunnen begrijpen?
“Als het niet zo was, dan zouden we een soort van robots zijn. Wij kunnen ook een beetje aanvoelen wat een ander bedoelt.”

Niemand doet nooit, nergens, niets. Filosoferen over de meest verwarrende woorden uit onze taal.

“Ik heb soms niet genoeg taal”

Wie is de baas van onze taal?


Geplaatst op 21 april 2017 in Opgetekende gesprekken, Verhalen uit de praktijk:
Share on Facebook14Pin on Pinterest2Tweet about this on Twitter0

Abonneer je op mijn blog en ontvang de laatste berichten in je mailbox.

Op blog abonneren Reageer op dit bericht

Abonneer je op mijn blog

* verplicht veld

Schrijf hier je reactie op dit bericht.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Meer berichten in Opgetekende gesprekken