Bang? Niks daarvan, gewoon springen!

← Terug naar overzicht -

SDSC06901tiekem dromen we er allemaal van, een coole sprong van de hoogste duikplank. Gewoon die trap op, de plank aflopen, je tenen over de rand, recht die rug en springen maar. En weer boven komen natuurlijk, zonder een knalrode buik of rug. Maar wie durft het echt? In zomaar een middenbouwklas van een Groningse school zijn dat bijvoorbeeld maar vier kinderen en de andere 23 zouden het heel graag willen maar durven niet. Bijna allemaal hebben ze wel eens op de plank staan twijfelen. Wat is dat toch met angst? Hoe zit dat?

De succeservaringen waren dus karig.

“Toen ik zag dat anderen het ook deden, durfde ik wel van de hoge duikplank.”

“Ik was bang dat ik op mijn buik zou vallen maar dat gebeurde niet.”

De angstervaringen talrijk.

“Ik wilde heel graag eens stoer zijn maar toen durfde ik toch niet en moest ik weer helemaal het trappetje af.”

Zijn angsten nou ergens goed voor?

“De duikplank is wel echt gevaarlijk. Ik viel een keer op mijn buik en het deed heel erg pijn. Ik ben ook naar de dokter geweest. Ik had er echt heel erg last ervan.”

“Sommige mensen die zijn nergens bang voor, die gaan dan stelen en gevaarlijke dingen doen en dan komen ze echt in de problemen.  Dan worden ze ook niet gelukkig want dan zitten ze in een cel.”

“Angst zorgt dat je geen gevaarlijke dingen doet.”

Aha, angst is goed!

“Nou, niet altijd. Ik ben bang om een worm vast te houden. Hij gaat dan helemaal langs je huid en dat voelt heel slijmerig. Maar ik zou er natuurlijk niet dood aan gaan.”

Lotte vertelde:  “Een vriendje van mijn broertje is heel bang voor ons konijn maar dat is nergens voor nodig want ze is heel lief. Je kan heel leuk met haar spelen en ze is heel zacht.”

“Maar Lotte is heel bang voor mijn poes terwijl ze dan alleen maar aan het spinnen is,” riep haar vriendinnetje toen. “Dat is dan toch net als met dat vriendje en je konijn.”

Daar moest Lotte een beetje om lachen. “Angsten zijn best wel een beetje gek soms.”

“Nou, ik ben anders een keer gekrabd door een kat dus nu ben ik bang voor katten.”

“Ik was een keer bij een vriendje en toen zat zijn poes de hele tijd heel raar naar me te staren en dat was heel eng.”

“Als een poes je aankijkt, hoef je eigenlijk niet bang te zijn, misschien wil hij wel gewoon spelen.”

“Maar ik ging een keer spelen met een poes met een takje en toen sprong hij op het takje maar kraste ook met zijn nagels mijn handen. Nu durf ik niet meer te spelen met een kat.”

Er waren nog veel meer angstvoorbeelden. Na een tijdje ervaringen uitwisselen keken we hoe deze angsten eigenlijk allemaal ontstaan waren en de kinderen ontdekten dat het door vervelende ervaringen kwam. Zouden er ook ander soort angsten zijn?

“Ik durf niet in de achtbaan,” biechtte Jelle op.

Waar ben je dan bang voor?

“Dat ik uit het karretje val of dat het karretje uit elkaar valt.”

Zou dat ook echt kunnen gebeuren?

“Eigenlijk niet, dat wordt ook goed gecontroleerd, dat het goed vast zit en zo.”

Jelle wist niet hoe deze angst is ontstaan. Zijn klasgenootje dacht mee: “Misschien omdat ie een keer de gedachte heeft gekregen dat het karretje van de baan kan vliegen.”

Aha, zijn eigen gedachten hebben de angst bedacht.

“Mijn gedachten zeggen dat ik voor heel veel dingen bang ben maar toen heb ik zo’n ding gewoon een keertje gedaan en toen was het helemaal niet zo eng en nu luister ik gewoon niet meer naar zulke gedachten. Ik was bang voor spinnen en toen heb ik gewoon die gedachten weggedaan en gewoon die spin op mijn hand laten lopen, ik heb het gewoon gedaan.”

Nu werd het echt interessant. Dus je bent gestopt met denken en het gaan doen?

“Ik ga het gewoon doen is ook een gedachte,” merkte een slimmerik op.

“Dus die twee gedachtes  zijn gaan vechten!” Deze jongen zag er meteen een zwaardgevecht bij. Het was spannend in zijn hoofd.

“Ik was ook altijd heel bang voor een achtbaan en toen was ik een keer in een pretpark en ging ik in een attractie waarvan ik niet door had dat het een achtbaan was dus toen zat ik in het karretje en dacht ik o men maar toen moest ik wel.”

Dat is handig, per ongeluk doen, werkt ook.

“Maar je kunt het niet expres per ongeluk doen dus daar heeft Jelle niets aan bij zijn achtbaanangst.”

Slimme kinderen. Ze zijn zo slim dat ze tot de conclusie kwamen dat sommige angsten door ervaringen komen en sommige door gedachten en de beste manier om iets tegen je angsten te doen is het gewoon doen. Daarom spraken we af dat we voortaan af en toe iets toch doen wat we eng vinden. Ik doe mee! Ik spring gewoon de diepte in!

Share on Facebook0Tweet about this on Twitter0Pin on Pinterest0Share on LinkedIn0


Abonneer je op mijn blog

* = verplicht veld

2 gedachten over “Bang? Niks daarvan, gewoon springen!

  1. Pingback: Geluk zit in de mens - filosofiejuf.nl

  2. Pingback: Recensie: Geluk voor kinderen - filosofiejuf.nl

Schrijf hier je reactie op dit bericht.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer berichten in Opgetekende gesprekken